Datacenters vormen het hart van de digitale infrastructuur. Ze huisvesten kritieke IT-systemen, slaan gevoelige gegevens op en zorgen voor de beschikbaarheid van bedrijfsprocessen. De beveiliging ervan is dus niet alleen noodzakelijk, maar in toenemende mate ook wettelijk verplicht. Met de Europese eisen en richtlijnen zoals NIS2, de Cyberbeveiligingswet (Cbw) of de CER-richtlijn komen ook fysieke beveiligingsmaatregelen meer dan ooit in beeld.
De normenreeks EN 50600 specificeert eisen voor de planning, bouw en exploitatie van veilige, toekomstbestendige datacenters. Het is gericht op zowel eigenaren, installateurs als exploitanten.
Structuur van de normenreeks:
De norm kent drie classificaties:
Voor fysieke beveiliging zijn vooral EN 50600-2-1 en EN 50600-2-5 relevant. Daarbij geldt het gelaagd beveiligingsmodel als leidend principe: beveiligingszones worden van buiten naar binnen opgebouwd, met een oplopend beveiligingsniveau.
Standalone beveiligingsunits zoals hekken, tourniquets of slagbomen vormen doorgaans de buitenste perimeter van beschermingsklasse 1. Volgens EN 50600-2-1 moeten ze inbraakwerend zijn volgens EN 1627.
Uitdaging: EN 1627 is uitdrukkelijk niet van toepassing op standalone beveiligingsunits. Concreet betekent dit:
LPS 1175 is een internationaal gevestigde testnorm voor het beoordelen van onder andere de inbraakwerendheid van standalone beveiligingsunits. Talrijke producten zijn gecertificeerd volgens LPS 1175 en staan bijvoorbeeld vermeld in het RedBook.
De twee normen EN 1627 en LPS 1175 volgen echter verschillende beoordelingsbenaderingen:
Een directe vergelijking tussen RC-klassen en LPS-classificaties is daarom niet normatief gedefinieerd en is inhoudelijk niet één op één mogelijk.
Een vergelijking van de toolsets, waarbij rekening wordt gehouden met de fundamenteel verschillende testmethoden, maakt een goed onderbouwde, oriënterende classificatie mogelijk
Aangezien standalone beveiligingsunits zoals hekken, tourniquets of slagbomen niet kunnen worden getest en gecertificeerd volgens EN 1627, wordt aanbevolen om LPS 1175-gecertificeerde systemen te gebruiken als praktijkgerichte oplossing. De volgende indeling heeft zich bewezen in de praktijk, omdat er rekening wordt gehouden met zowel de gebruikte toolsets als de aanvalsmethode:
Let op: de keuze voor een LPS-classificatie als vervanging voor een RC-klasse moet altijd goed onderbouwd en gedocumenteerd worden.
Hoewel EN 50600 een solide raamwerk biedt, vraagt de praktische toepassing – vooral bij buitenbeveiliging – om interpretatie en expertise. LPS 1175-gecertificeerde oplossingen bieden een betrouwbaar alternatief en sluiten aan bij de realiteit van fysieke dreigingen.
